5 Arbeid en vrije tijd / eerst - later
Hoe veranderden de taken van de eerste mensen toen ze niet meer rondzwierven maar op één plaats bleven wonen?
Van zwervers werden ze jagers.
| |
Van jagers werden ze landbouwers.
| |
Ze hadden nu een vaste woning (hut) i.p.v. een grot of tent gemaakt van dierenhuiden.
| |
Ze bewerkten nu het land en dat bezorgde hen voedsel.
| |
De mens kweekte zelf zijn dieren. Ze leverden lekker vlees.
| |
Voor de kinderen was het lastiger. Ze zwierven liever rond.
| |
De dieren leverden ook energie: ze hielpen trekken en dragen.
| |
De veeteelt verschafte de mens wol. De mens leerde spinnen en weven.
| |
Hoe veranderde de job van de boeren die in de Middeleeuwen / de tijd van burchten en steden, naar de stad trokken?
De boeren trokken naar de stad omdat de manier van het land te bewerken fel verbeterd was en er voedselvoorraden waren.
Waar Niet waar
In de steden was er veel te doen. De boeren leerden er een job zoals wever, metser, timmerman ...
Waar Niet waar
Een ambacht moet je leren.
Zet cijfers in de juiste volgorde (1-2-3)! Wat word je eerst? Lees achteraf aandachtig de feedback.
gezel of gast
leerjongen
meester of patroon
De omstandigheden waarin de arbeiders leefden en werkten in de 19de eeuw, verschillen enorm van nu.
Duid met cijfer 1 aan: omstandigheden in de 19de eeuw.
Duid met cijfer 2 aan: omstandigheden nu.
Probeer na het oplossen van die vraag de omstandigheden uit je hoofd te geven. Als het niet lukt nogmaals de cijfers plaatsen.
| slechte arbeidsomstandigheden |
vrije tijd |
| zekerheid |
geen zekerheid |
|
geen rechten |
goede arbeidsomstandigheden |
|
lange werkdagen |
goed loon |
|
laag loon |
rechten |
| kinderarbeid | geen verlof |
|
goede job |
armoede |